Eén opdracht voor aardrijkskunde was erg leuk: maak foto's in de buurt van de school waar je stage loopt en laat de leerlingen een fotospeurtocht doen aan de hand van die foto's.
Vanmorgen lukte het allemaal niet zo met mij.
Ik moest mezelf bij elkaar rapen, maar hoe kon ik er voor zorgen dat het op één of andere manier leuk zou worden en dat ik niet weer in stukjes uiteen zou vallen?
Ik broedde op een plan.
En er kwám een plan.
De camera bracht me op plekjes waar ik altijd graag ben geweest.
Het paadje aan het water......
Bij deze bomen, in het gras, hebben wij ooit gepicknickt.
We woonden net in dit huis en onze jongste werd na 3 weken al geboren.
We kenden dit buurtje nog niet zo goed.
En manlief had bedacht dat dit, eind mei, best een leuk uitje was. Andere zoonlief was net 2 1/2, hoefde niet zo ver te lopen en we konden heerlijk onder de bomen zitten.
We vonden wel dat het er naar hondenpoep rook.
Pas later begrepen we dat dit paadje een hondenuitlaatpaadje is.
O.
Weten we dat ook weer.
De bruggetjes met het water waar alle eendjes nog steeds in zwemmen.
Als je goed luistert, kun je het water horen klateren......
Maar.
Om nog even op die speurtocht terug te komen, ik heb best wat ideetjes.
Ik zou er zo weer eentje op kunnen zetten!
Bijvoorbeeld:
Hoe noem je het spul dat tegen mijn broek aan vast zit?
Hoeveel van deze huisjes staan er?
Welk verhaal kun je maken bij deze foto?
Ja, sorry, hoor, ik heb nou eenmaal iets met bomen:
wat is dit voor boom?
En zo lukt het me om er toch wat van te maken.
Ik val vandaag niet meer uit elkaar.